Estate- en Financiële Planning

Doorwerking van de WOZ-fictie naar de legitieme (1)

gepubliceerd op: 11 april 2025

De Hoge Raad heeft al op 13 december 1995 geoordeeld over de doorwerking van de WOZ-fictie naar de legitieme. Daarmee is het inmiddels vaste praktijk. De casus is als volgt: een kind is in de legitieme gesteld en erft een vordering, gelijk aan 10% van de waarde van de nalatenschap. Deze bevat een woning met een WOZ-waarde van € 600.000 en een taxatiewaarde van slechts € 400.000. De werkelijke waarde van de gehele nalatenschap bedraagt € 800.000, zodat aan het betreffende kind € 80.000 wordt uitgekeerd. Voor welk bedrag wordt het kind nu belast?

In het arrest van 13 december 1995 heeft de Hoge Raad bepaald dat de WOZ-fictie niet alleen ziet op rechtstreekse verkrijgingen uit schenkingen en nalatenschappen, maar ook op de afgeleide verkrijging, zoals legaten. Ook op onderbedelingsvorderingen wordt dit toegepast. Dat houdt in dat de verkrijging van het betreffende kind wordt belast alsof deze was berekend, uitgaande van de WOZ-waarde. In de casus van het vermelde arrest betekent dit dat de belaste verkrijging wordt gesteld op de verkrijging, verhoogd met 10% van het verschil tussen de WOZ- en taxatiewaarde. Het kind wordt dus belast voor een (fictieve) verkrijging van € 100.000.

Scenario bij hogere taxatiewaarde
Zou de taxatiewaarde in de casus hoger, stel € 800.000, zijn geweest en de nalatenschap dus € 1.200.000? Dan zou de echte verkrijging van het kind € 120.000 zijn geweest. Voor de berekening van de erfbelasting zou deze dan fictief worden verlaagd met € 20.000, wat 10% van het verschil is. Dit geldt uiteraard ook bij normale onderbedelingsvorderingen die ontstaan bij uitvoering van de wettelijke dan wel quasi-wettelijke verdeling.

Tip
Bevat een boedel een woning? Onderzoek dan naast de WOZ-waarde ook altijd de vermoedelijke werkelijke waarde.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.