Handreiking marktrente bij aflossing niet-opeisbare overbedelingsschuld
Wat zijn de fiscale gevolgen van het aflossen van een niet-opeisbare overbedelingsschuld? Laten we hiervoor eens kijken naar de volgende situatie, waarin vader is overleden. Moeder verkrijgt dan de gehele nalatenschap en de twee kinderen krijgen een vordering ter grootte van hun erfdeel op hun moeder. Stel nu dat moeder wil aflossen, is er dan sprake van een schenking? Daarover is al eerder een item in deze Fiscasus geschreven. De Belastingdienst zelf krijgt hier ook regelmatig vragen over en gaat daar in het nieuwsbericht op het Forum Fiscaal Dienstverleners van 18 maart 2026 op in.
Om de eventuele schenking te bepalen, spelen diverse factoren een rol, waaronder de rentevergoeding. Volgens de staatssecretaris van Financiën zijn de forfaitaire regels in artikel 5 tot en met artikel 10 UBSW daarvoor niet bruikbaar. De forfaits zijn sinds 1980 niet meer aangepast. Zo wordt nog steeds uitgegaan van een rekenrente van 6%, terwijl de marktrente fors lager is. Ook is de levensverwachting van personen gestegen.
Omdat er geen markt bestaat voor overbedelingsschulden, accepteert de Belastingdienst de marktrente die wordt gehanteerd bij de oprenting van een oudedagsverplichting (artikel 38p Wet op de loonbelasting 1964 jo. artikel 12.3a Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011). Met deze ‘marktrente’ kan de contante waarde berekend worden van de schuld. Een aflossing op de schuld die hoger is dan de contante waarde, leidt tot een schenking, aldus de Belastingdienst. Deze schenking moet vervolgens fiscaal gewaardeerd worden op basis van de hiervoor genoemde verouderde forfaits en levensverwachtingen.