Het hemd is nader dan de rok
Je cliënt heeft twee kinderen, al lang uitgevlogen, en hij heeft sinds enkele jaren een nieuw lief, die zelf ook een kind heeft. Er is ook enig leeftijdsverschil. Statistisch gezien is de kans dus reëel dat hij als eerste zal overlijden. Hij wil zijn nieuwe partner dan goed verzorgd achterlaten, maar wil ook zeker weten dat zijn eigen kinderen ook aan bod zullen komen. Wat ga je je cliënt nu adviseren, hoe moet hij deze situatie insteken? Dit is een lastig vraagstuk in de praktijk van de estate planning. Uiteraard kennen we hiervoor het instrument van de tweetrapsmaking. Hoe werkt dat uit voor je cliënt?
Bij een tweetrapsmaking vermaakt je cliënt zijn vermogen aan zijn partner. Daarbij verplicht hij haar om wat daarvan over is bij haar overlijden, door te geven aan zijn kinderen. In de praktijk zien we dat veel in testamenten. Maar komt dat altijd goed? Nee, zeker niet. Zo’n tweetrapsmaking is natuurlijk al wel veel beter dan bijvoorbeeld de afspraak tussen beide partners dat zij elkaars kinderen in het eigen testament zullen opnemen. In het testament kunnen waarborgen worden opgenomen. Zo kun je opnemen dat ‘verteer allereerst’ geacht wordt ten laste van het eigen vermogen te komen. Hierdoor wordt het vermogen dat bij overlijden van de langstlevende nog aanwezig is, allereerst geacht het bezwaarde vermogen te zijn. Maar het zwakke punt hierbij is, dat er geen beperkingen worden gesteld aan wat er verteerd wordt. Daardoor resteert er bij het overlijden van de langstlevende mogelijk niets meer voor de kinderen van je cliënt, terwijl er toch een aanzienlijk vermogen was.
Wat is het juiste advies?
Hoe moet je je cliënt dan adviseren? Wil hij absolute zekerheid hebben dat zijn kinderen aan bod komen en zijn partner toch enigszins verzorgd achterblijft? In dat geval is er maar één optie: de eigen kinderen goederen (bijvoorbeeld een woning) in eigendom nalaten en de partner een levenslang vruchtgebruik daarop toekennen. Óf een in de tijd beperkt gebruiksrecht op deze goederen. En als het een vruchtgebruik wordt, dan zonder verteer- en beschikkingsbevoegdheid voor de vruchtgebruiker. Pas dan weet je het echt zeker. Heel erg warm is dat niet; vandaar de verwijzing naar het hemd en de rok.
Tip
Heb je een cliënt met het hiervoor beschreven profiel? Maak hem of haar bewust van het dilemma en bespreek de opties.