Kruislings schenken getorpedeerd
Onlangs heeft Rechtbank Den Haag een casus doorgestoken, waarbij twee families elkaars kinderen hadden bejubeld. Twee compagnons hadden samen zakelijke belangen en waren in goeden doen. De een had twee kinderen en de ander vier. Samen besloten zij tot kruislings schenken. De eerste twee kinderen ontvingen ieder tweemaal € 100.000 als een schenking voor een eigen woning. Eenmaal van de eigen ouder, en eenmaal van de compagnon. De vier kinderen van de compagnon ontvingen ieder € 100.000 van de eigen ouder, en nogmaals € 50.000 van de andere compagnon. Schenkingen voor een eigen woning zijn onder voorwaarden vrijgesteld, maar hier ging het mis. Wat was de redenering?
Voor een gift of een schenking is het relevant dat deze plaatsvindt uit vrijgevigheid. Daar schortte het hier aan. Als de schenkingen van de ouder en de compagnon met elkaar in verband worden gebracht, wordt duidelijk dat de schenkingen aan de kinderen van de compagnon niet uit vrijgevigheid plaatsvonden, maar onder de verplichting voor de compagnon om hetzelfde te doen voor de kinderen van de schenker. Daardoor wordt het een derdenbeding, en wordt de compenserende schenking door de compagnon aan de ouder van de kinderen toegerekend. Die heeft zelf al een schenking verricht tot het toegestane bedrag, zodat de aanvullende schenking niet is vrijgesteld.
Hier werd de inspecteur wel wat erg makkelijk op het spoor gezet. Immers, beide schenkingen vonden in hetzelfde jaar plaats en kwamen in totaal precies overeen. Het lag er dan ook nogal dik bovenop.