Estate- en Financiële Planning

Latentie: de niet-opvolger betaalt het gelag

gepubliceerd op: 17 januari 2025

In de nu lopende VTA-ronde bespreken we een civiele uitspraak over de vraag wanneer je nu de box-2-latentie nominaal moet berekenen en wanneer op de contante waarde. Een dga kan dit ook in eigen hand houden, door in zijn testament een legaat voor de opvolger op te nemen, met daarin een duidelijke formule voor de inbrengwaarde, inclusief de bij doorschuiving te hanteren latentie. Stel nu dat de testateur opneemt dat de opvolger de marginale (hoogste) nominale latentie in mindering mag brengen op de inbrengwaarde. Wat betekent dat dan voor de niet-opvolgers?

De niet-opvolgers lopen aan tegen de fictie die in de Successiewet is opgenomen voor onder andere latent verschuldigde box-2-belasting. Deze latentie wordt fictief op 6,25% gesteld. Onze opvolger mag het nominale tarief in mindering brengen. Laten we aannemen dat de waarde € 1.000.000 bedraagt, de verkrijgingsprijs € 1, en de in aanmerking genomen latentie 31%. De inbrengvordering is dan € 1.000.000 – (€ 999.999 * 31%) = € 690.000.

De fictie die rust op de latent verschuldigde inkomstenbelasting werkt echter door naar de inbrengvordering, waarvan de latentieberekening een onderdeel is. Het gevolg daarvan is dat de vordering op de voortzetter, die civielrechtelijk € 690.000 bedraagt, voor zover die toekomt aan de niet voortzetters, bij hen wordt belast voor een fictieve waarde van (€ 1.000.000 – (€ 999.999 * 6,25%) = € 937.500. De niet-voortzetters betalen dus het gelag. Immers, zij worden in potentie belast met erfbelasting voor een bedrag van € 247.500 dat zij nooit gaan ontvangen.

 Tip
Zie goed in dat duidelijkheid in het legaat omtrent latentie ten koste kan gaan van de fiscale positie van de niet-voortzetters.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.