Nalatenschap en verwaterd verrekenbeding; wat nu?
Je hebt het vast al eens meegemaakt of erover gehoord; een echtpaar dat een verwaterd periodiek verrekenbeding heeft als een van de echtgenoten overlijdt. Is het de meest vermogende partner die overlijdt, dan heeft de langstlevende op grond van dit beding een verrekenvordering. In de nalatenschap zit dan een verrekenschuld. Overlijdt de minst vermogende, dan heeft de nalatenschap een verrekenvordering op de langstlevende. In beide situaties komt het voor dat de uitvoering van het verrekenbeding wordt ‘vergeten’. Soms is dat echt zo en soms wordt het met opzet ‘vergeten’, omdat het de familie beter uitkomt. Waar kan dit vergeten fiscaal toe leiden?
Een echtgenoot heeft (krachtens BW 1:141) bij de ontbinding van het huwelijk recht op verrekening als een periodiek verrekenbeding niet is nagekomen. Tenzij het tegendeel blijkt, wordt dan het gehele vermogen geacht afkomstig te zijn uit verrekenplichtig inkomen. Civielrechtelijk zijn de langstlevende en de erfgenamen partij in deze mogelijke twist.
Optreden inspecteur erfbelasting
Maar, als de nalatenschap een verrekenvordering zou moeten bevatten (als de minst vermogende overlijdt), kan de inspecteur erfbelasting zich in deze strijd mengen. De erfgenamen verkrijgen deze papieren vordering immers krachtens erfrecht en zij zijn daarover erfbelasting verschuldigd. Maar ook als de nalatenschap een verrekenschuld zou moeten bevatten (als de meest vermogende overlijdt), kan je de inspecteur op je pad treffen. De langstlevende laat zich deze vordering dan namelijk ontgaan ten gunste van de erfgenamen. Dat kan dan worden aangemerkt als een belaste schenking.
Tip
Behandel je een nalatenschap van een eerst overleden echtgenoot met een verrekenbeding? Houd er dan serieus rekening mee dat de inspecteur kan meekijken naar de wijze waarop de verrekenvordering is vastgesteld.