Estate- en Financiële Planning

Ouderlijk gezag en de kantonrechter (1)

gepubliceerd op: 16 april 2021

Ouders beheren het vermogen van hun minderjarige kinderen. Zij zijn – anders dan een voogd – niet aan voortdurend toezicht van de kantonrechter onderworpen. Ook zijn ouders niet verplicht om periodiek en aan het einde van hun bewind rekening en verantwoording af te leggen. Toch wordt wel aangenomen dat het kind na afloop van het bewind om rekening en verantwoording kan vragen. Heeft een ouder zelfstandig het ouderlijk gezag, dan wordt deze ouder sinds 1995 ook niet meer als voogd aangemerkt. Het voogdijbewind is derhalve niet langer op hem/haar van toepassing en het voortdurende toezicht van de kantonrechter evenmin. Maar wat nu als een van de ouders overlijdt?

Als het kind minderjarig is en bij de vererving de wettelijke verdeling van toepassing is, moet de langstlevende echtgenoot een boedelbeschrijving van de nalatenschap indienen bij de griffie van de rechtbank (zie BW 4:16-2). In de praktijk komt hier echter weinig van terecht.

Bescherming minderjarigen
In 2017 verscheen het rapport ‘Toezicht op het bewind van ouders en voogden over het vermogen van minderjarigen’. De conclusie die in dit rapport werd getrokken, is dat minderjarigen – met name als zij erven van een van beide ouders – te weinig bescherming ondervinden van de regeling van toezicht. Minderjarigen zijn met name kwetsbaar als de ouder het bewind voert en er sprake is van geld in de vorm van contanten en banktegoeden. Ouders kunnen hierover immers zonder machtiging van de kantonrechter beschikken. Dat is alleen anders als sprake is van een zogenoemde BEM-rekening (BEM zou voor Bewind, Erfenis en Middelen staan). Dat is een rekening, waarover een wettelijk vertegenwoordiger alleen kan beschikken met een machtiging van de kantonrechter. Het aanhouden van zo’n BEM-rekening is echter niet verplicht.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.