Ouderlijk gezag en de kantonrechter (2)
Ook al zijn ouders met betrekking tot het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen niet onderworpen aan voortdurend toezicht van de kantonrechter, de machtiging van de kantonrechter is soms wel nodig. Dat geldt in elk geval voor de rechtshandelingen, genoemd in BW 1:345. Deze bepalingen zijn geschreven voor de voogd, maar ze zijn ook van overeenkomstige toepassing op ouders, belast met het ouderlijk gezag. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om rechtshandelingen op naam van het kind; bepalend is of de rechtshandelingen voor rekening van het kind komen. Wat nu als vermogende (groot)ouders geld willen lenen of schenken aan hun minderjarige (klein)kinderen?
In het kader van estate planning is het zeker denkbaar dat vermogende (groot)ouders geld willen lenen of schenken aan minderjarige (klein)kinderen, om zo op hun naam te beleggen in vastgoed of andere vermogenswaarden. Wanneer is in die gevallen een machtiging van de kantonrechter nodig? De machtiging is vereist, als er voor rekening van het minderjarige kind:
- een onroerende zaak of ander goed wordt gekocht; en/of
- een lening wordt aangegaan; en/of
- een gift wordt aanvaard waaraan een last of voorwaarde is verbonden.
Dat is niet het geval als de handeling geld betreft, of kan worden beschouwd als een gewone beheersdaad. Dat laatste is het geval als de onroerende zaak al eigendom is van het kind, en de ouder deze verhuurt of er onderhoud aan laat plegen.
Wil de (groot)ouder of iemand anders geld of een onroerende zaak aan het minderjarige kind schenken en daarbij de uitsluitingsclausule plaatsen? Ook dan is de machtiging van de kantonrechter vereist. Immers, dan betreft het een gift onder een voorwaarde.
Tip
Wil je cliënt vermogen overdragen aan zijn of haar minderjarige (klein)kind? Daar zijn goede mogelijkheden voor, maar houd dan wel rekening met de vereiste goedkeuring van de kantonrechter.