Schenking bij afzien van borgstellingsvergoeding?
Jelmer is een aantal jaar aan het werk, heeft zijn sporen verdiend en wil een bedrijf overnemen. Daartoe richt hij bij de notaris een persoonlijke holding op. Bij de bank krijgt hij de financiering ad 5 miljoen euro rond, wat gerust een klein wonder mag heten. Zijn vader, vermogend, moet wel borg staan en is daartoe ook bereid. De persoonlijke holding van Jelmer hoeft aan vader geen borgstellingsvergoeding, ook wel borgstellingsprovisie, te betalen. In normale verhoudingen, met een derde, zou een borgstellingsvergoeding wel op zijn plaats zijn. Is er nu sprake van een schenking door geen vergoeding te betalen?
De Belastingdienst gaat in het kennisgroepstandpunt schenking en borgstelling in op deze vraag. De fiscus constateert eerst dat een derde niet, of alleen tegen een zakelijke vergoeding, borg zal willen staan. Door het borg staan aanvaardt vader het aansprakelijkheidsrisico van de schuld. Hij zal zich ook bewust zijn van het feit dat hij iemand bevoordeelt door geen vergoeding te bedingen. Verder verarmt vader direct door het aangaan van de verplichting, ook al is de borg nog niet ingeroepen. Door de vergoeding niet te bedingen, wordt de persoonlijke holding van Jelmer meer waard, aldus de fiscus. Jelmer verrijkt daarmee en is de begiftigde (of de hiervoor genoemde ‘iemand’). De gift, bij het niet betalen van een zakelijke borgstellingsvergoeding, is er direct op het moment dat de borgstelling wordt verstrekt.
Tip
Let op: het verstrekken van een borgstelling tegen een lagere dan zakelijke vergoeding is dus onmiddellijk een gift – ongeacht het feit of de borgsteller wordt aangesproken. Dit kan anders zijn als er zakelijke overwegingen zitten achter het niet opeisen van de borgstellingsprovisie.