Estate- en Financiële Planning

Warm finaal verrekenbeding kan voor IB van partner-aandeelhouder kil uitpakken

gepubliceerd op: 15 november 2019

Stel, je cliënt heeft een warm finaal verrekenbeding: zowel bij echtscheiding als bij overlijden wordt verrekend alsof er een gemeenschap van goederen is. Blijkbaar hadden je cliënt en zijn of haar partner destijds andere redenen om geen echte goederengemeenschap te vormen. Tot het vermogen behoort ook een holding met aanzienlijke middelen; de werkmaatschappij is voor veel geld verkocht. De aandelen staan op naam van de man, maar vermogensrechtelijk maakt het niet uit wie er als eerste overlijdt. Ieder krijgt immers per saldo de helft van het totale vermogen. Toch maakt het voor de inkomstenbelasting wel heel veel uit wie er als eerste overlijdt. Waarom is dat zo?

Een finaal verrekenbeding geeft enkel een vorderingsrecht, geen recht op spullen. Wanneer de man als eerste overlijdt, behoren alle aandelen tot zijn vermogen. Als er geen substantieel overig vermogen is, zal hij een verrekenschuld aan zijn echtgenote hebben. De aandelen en de verrekenschuld vererven dan. Logischerwijs moet de box-2-claim dan geheel worden afgerekend.

Overlijdt de vrouw als eerste, dan erft de man alleen een verrekenvordering op zichzelf. Die is weliswaar belast met erfbelasting, maar inkomstenbelasting in box 2 is geheel niet verschuldigd. De aandelen vererven immers niet. Ergo, voor het afrekenmoment in box 2 is de tenaamstelling (eigendom) van de aandelen wel degelijk relevant.

Tip

Wees je ervan bewust dat de heffing van IB in box 2 ook bij een finaal verrekenbeding uitsluitend afhangt van de persoon van de aandeelhouder. Wil je dat niet, overweeg dan om dat verrekenbeding bij leven om te zetten in een beperkte of algehele gemeenschap van goederen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.