Meer vraag naar vastgoedfinanciering voor niet eigen woning
De laatste jaren is er een enorme groei ontstaan in het aankopen van woningen als belegging. Dat is niet zo vreemd, want het lage niveau van de huidige spaarrente heeft (particuliere) beleggers gestimuleerd om te investeren in vastgoed voor een beter rendement. Het financieringsaanbod voor dit specifieke type beleggingen is ook toegenomen. Verwacht wordt dat de overdrachtsbelasting (OVB) per 1 januari 2021 zal wijzigen; de OVB zal voor niet eigen woningen stijgen van 2% naar 8%. Dit zal beleggers stimuleren om vastgoedtransacties nog af te ronden in 2020. Het verschil in OVB zal de financierbaarheid mogelijk beperken.
Rekenvoorbeeld
De specialistische vastgoedfinancier hanteert een aantal voorwaarden waaraan een financiering moet voldoen. Een belangrijke voorwaarde is de maximale Loan to Value (LTV). Gemiddeld genomen is deze LTV 75% voor woningfinanciering. Stel, de belegger wenst een woning aan te kopen van € 250.000. De maximale financiering is dan 75% van € 250.000, oftewel € 187.500. Bij twee verschillende OVB-scenario’s ziet dit er als volgt uit:
| Totale investering belegger bij 2% OVB: | Situatie bij stijging OVB naar 8% | |||||
| Aankoop woning | € 250.000 | Aankoop woning | € 250.000 | |||
| Overdrachtsbelasting | € 5.000 | Overdrachtsbelasting | € 20.000 | |||
| Overige kosten koper | pm | Overige kosten koper | pm | |||
| Totale investering | € 255.000 | Totale investering | € 255.000 | |||
| Maximale financiering | € 187.500 | Maximale financiering | € 187.500 | |||
| Inbreng eigen middelen | € 67.500 | Inbreng eigen middelen | € 82.500 | |||
Een stijging van € 15.000 eigen inbreng voor de aankoop van het beleggingspand maakt de financierbaarheid wellicht moeizamer. Daarnaast zal de rentabiliteitswaarde uit verhuur dalen door de gestegen investeringslasten.