Fiscaal

Aanslag schenkbelasting van ruim € 1 miljoen geschrapt wegens verjaring

gepubliceerd op: 09 oktober 2025

Een vrouw ontvangt in 2006 van haar man een schenking van € 4 miljoen. De man overlijdt in 2007. Pas in 2019 ontdekt de inspecteur via een inkeermelding dat de vrouw in het verleden beschikte over buitenlands vermogen dat niet in Nederland is aangegeven. Op 21 augustus 2019 krijgt hij ook de bevestiging dat de schenking van € 4 miljoen in 2006 heeft plaatsgevonden. De inspecteur stuurt de vrouw op 14 januari 2020 een aangifteformulier schenkbelasting, dat zij binnen 3 dagen oningevuld en niet ondertekend retourneert. Op 2 februari 2021 legt de inspecteur haar een ambtshalve aanslag schenkbelasting op van € 1.019.463. Maar houdt die stand?

De vrouw stelt dat de verjaringstermijn voor het opleggen van een aanslag schenkbelasting is aangevangen bij het overlijden van haar man. Daardoor kan de aanslag niet meer in 2021 worden opgelegd. Gerechtshof Amsterdam gaat hierin mee. De verjaringstermijn voor het opleggen van een aanslag schenkbelasting begint te lopen bij het eerste overlijden van de schenker of de begiftigde (artikel 66, lid 1, onderdeel 2 SW). De wetgever heeft er kennelijk voor gekozen om met het voegwoord ‘of’ twee mogelijkheden te geven die elkaar uitsluiten.

Het hof ziet geen aanleiding om aan te nemen dat deze tekst zó zou moeten worden gelezen dat het zou gaan om het overlijden van de schenker en de begiftigde. De wetgever zou dan eenvoudig voor een andere redactie hebben gekozen. Een dergelijke lezing vindt ook geen steun in de wetsgeschiedenis. Daarin is namelijk geen andere bedoeling of uitleg te lezen dan uit de tekst van de wetsbepaling zelf volgt. De aanslag schenkbelasting moet vanwege overschrijding van de verjaringstermijn worden vernietigd.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.