Aanslag te laat – verwijzen naar beconnummer voor verleend uitstel onvoldoende
Een rozenkweker staakt in 2015 zijn bedrijf en brengt daarbij cultuurgronden over naar zijn privévermogen. Hij geeft in zijn IB-aangifte 2015 geen boekwinst aan op de cultuurgronden. Eén perceel cultuurgrond is in oktober 2014 verkocht aan een derde voor € 435.000 en in juli 2015 geleverd. De rozenkweker neemt de grond op in zijn box-3-vermogen voor € 106.638. Naar aanleiding van een onderzoek corrigeert de inspecteur het box-1-inkomen met € 125.250 en het box-3-inkomen met € 328.362. De IB-aanslag 2015 wordt op 18 oktober 2019 vastgesteld. Volgens de rozenkweker is de aanslag te laat opgelegd, namelijk buiten de 3-jaarstermijn.
De inspecteur pareert de stelling dat de aanslag buiten de 3-jaarstermijn zou zijn opgelegd met een simpele verwijzing naar het beconnummer van de voormalige adviseur. Daarmee zou het uitstel voor de indiening van zijn IB-aangifte 2015 zijn aangevraagd. Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt vast dat de rozenkweker betwist dat er uitstel is aangevraagd door of voor hem. De bewijslast om het verleende uitstel aan te tonen, ligt dan bij de inspecteur. Een simpele verwijzing naar het beconnummer volstaat dan niet. Van de inspecteur mag worden verwacht dat hij (een kopie van) het uitstelverzoek overlegt en van de beslissing waarmee het uitstel is verleend. Hij mag ook op andere wijze het gevraagde en verleende uitstel aannemelijk maken. Nu dergelijke gedingstukken niet zijn ingebracht, is het verleende uitstel niet aannemelijk gemaakt. De inspecteur had de aanslag daarom uiterlijk op 31 december 2018 moeten opleggen. De aanslag is daarom niet tijdig opgelegd en moet worden vernietigd.