Fiscaal

Advocaat-generaal oordeelt negatief over Wet rechtsherstel box 3

gepubliceerd op: 28 september 2023

Een vrouw heeft een aandeel in een reservefonds van een Vereniging van Eigenaars (VvE). De inspecteur heeft het aandeel in de VvE-reserve aangemerkt als overige bezitting. Daarvoor geldt in 2018 een forfaitair rendement van 5,38%. Volgens de vrouw is dat rendement veel hoger dan het werkelijk behaalde rendement. Zij vindt dat de VvE-reserve eenzelfde rendement heeft als spaarsaldi van particulieren. Het box-3-rechtsherstel moet daarom worden bepaald op grond van een forfaitair rendement van 0,12%. Hof Arnhem-Leeuwarden is het met de vrouw eens. Het geboden rechtsherstel is onvoldoende en moet worden aangevuld. De staatssecretaris heeft cassatie aangetekend tegen deze hofuitspraak.

In deze lopende cassatieprocedure adviseert de Advocaat-generaal (de A-G) de Hoge Raad de zaak door te verwijzen naar een ander hof. De A-G concludeert dat de Wet rechtsherstel box 3 nog steeds het discriminatieverbod en het eigendomsrecht schendt, net zoals dat het geval was bij het ‘oude’ box-3-systeem. Weliswaar wordt in de Wet rechtsherstel box 3 het spaarrendement realistischer belast, maar de belastingheffing over overige bezittingen vindt juist willekeuriger plaats. De Wet rechtsherstel box 3 had juist het werkelijke vermogensrendement beter moeten benaderen.

Tolerantiemarge
De A-G adviseert de Hoge Raad om een tolerantiemarge tussen het werkelijke rendement en het wettelijke rendement te bepalen. Vervolgens dient de zaak naar een ander hof verwezen te worden, met de opdracht om het werkelijke nettorendement van het gehele vermogen vast te stellen en dat rendement te vergelijken met het rendement volgens de Wet rechtsherstel box 3. Als dat verschil buiten de tolerantiemarge valt, dan dient het verwijzingshof de box-3-grondslag te verlagen naar het werkelijke rendement.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.