Fiscaal

Afwaardering panden naar lagere bedrijfswaarde niet toegestaan

gepubliceerd op: 05 augustus 2021

Een bv exploiteert een winkelpand, een kantoorpand met vier units en een tweede kantoorpand. In 2016 komt de bv met de huurder van het winkelpand een huurkorting overeen. Met de huurder van het tweede kantoorpand wordt in 2012 overeengekomen dat de huur wordt voortgezet en dat na 2014 een huurkorting wordt verleend. Vanaf eind 2016 staat dit pand leeg. Drie units van het eerste kantoorpand staan in 2012, 2014 en 2017 leeg. De vierde unit is steeds verhuurd gebleven, maar vanaf 1 december 2016 met een huurkorting. De kantoorpanden zijn in 2017 en 2018 verkocht. De bv heeft de panden in 2013 en 2014 naar lagere bedrijfswaarde afgewaardeerd.

De inspecteur staat in 2013 alleen afwaardering van het eerste kantoorpand toe vanwege de leegstand van de units. Hij berekent de afwaardering echter op een lager bedrag dan de bv.

Hof Den Haag oordeelt dat afwaardering van de andere panden naar lagere bedrijfswaarde in 2013 en 2014 niet is toegestaan. Het winkelpand en de kantoorpanden waren toen (deels) nog verhuurd. Op de balansdatum hebben zich dan nog geen waardeverminderende omstandigheden voorgedaan. De huurkorting en de leegstand doen zich pas na 2014 voor. Hiermee kan in 2013 en 2014 nog geen rekening worden gehouden.

De bv maakt ook niet aannemelijk dat de inspecteur de afwaardering van het eerste kantoorpand in verband met de leegstaande units, foutief heeft berekend.

Lichtpuntje
De bv kan het tweede kantoorpand niet afwaarderen naar lagere bedrijfswaarde, maar zij kan hier nog wel regulier op afschrijven.; toch een lichtpuntje.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.