Ambtelijk verzuim voorkomt navordering bij overdracht grond met terugverpachting
Een moeder koopt in februari 2007 voor € 1.141.000 landbouwgrond en draagt deze grond kort daarna voor € 632.000 over aan haar kinderen met terugverpachting van de grond voor een periode van ruim 12 jaar. In 2009 bespreekt de IB-inspecteur van de moeder de grondtransactie met de ouders van de kinderen, maar hij deelt de daaruit voortvloeiende gegevens niet met de bevoegde IB-inspecteur van de kinderen. De moeder staakt haar onderneming in 2016. Haar dochter heeft de verpachte grond steeds aangegeven in box 3. De IB-inspecteur van de dochter wijzigt dan ineens zijn standpunt.
Hij stelt dat de overdracht in verpachte staat een maatschappelijk ongebruikelijke terbeschikkingstelling (tbs) was en legt een navorderingsaanslag op over de waardeaangroei. Hof Den Haag oordeelt dat bij de verpachte grond inderdaad sprake was van een maatschappelijk ongebruikelijke terbeschikkingstelling (tbs). De moeder is immers verarmd doordat de waarde van de grond in verpachte staat veel lager was dan de vrije waarde waarvoor zij de grond had gekocht. Het hof acht het niet aannemelijk dat dit is gedaan met oog op een mogelijke bedrijfsopvolging. Die heeft ook niet plaatsgevonden. Bovendien maakt de leeftijd van de moeder op het moment van de overdracht (63 jaar) een pachttermijn van ruim 12 jaar niet reëel.
Ambtelijk verzuim
Toch kan er geen navordering plaatsvinden. De IB-inspecteur van de moeder pleegt volgens het hof namelijk een ambtelijk verzuim. Hij had in 2009 de overdrachts- en pachtcontracten aan de IB-inspecteur van de kinderen moeten sturen. Dit ambtelijk verzuim verhindert het opleggen van een navorderingsaanslag over de waardeaangroei.