Beneficiair aanvaard gaat met heffing gepaard
Een dochter is enig erfgenaam en heeft in 2017 de nalatenschap van haar vader beneficiair aanvaard. De vader heeft een derde benoemd als executeur-testamentair. De dochter doet over de nalatenschap geen aangifte erfbelasting, omdat de executeur weigert om de nalatenschap aan haar uit te betalen. De inspecteur legt haar desondanks een ambtshalve aanslag erfbelasting op. Terecht, oordeelt Rechtbank Den Haag. Dat de executeur haar het bedrag van de nalatenschap niet heeft uitbetaald, doet daar niet aan af. Zij is op grond van de Successiewet erfbelasting verschuldigd over de nalatenschap. De schatting waarop de aanslag is gebaseerd, is echter niet redelijk.
De inspecteur had de nalatenschap geschat op basis van bekende gegevens per 1 januari 2017. Toen bedroeg het vermogen van de overleden vader € 282.069. De inspecteur had dit bedrag naar boven bijgesteld en de nalatenschap op overlijdensdatum vastgesteld op € 325.000. De rechtbank oordeelt dat dit geen redelijke schatting is, omdat de inspecteur de bijstelling naar boven niet heeft onderbouwd. Omdat de overlijdensdatum dicht bij 1 januari 2017 ligt, is volgens de rechtbank het vermogen op 1 januari 2017 wel een redelijk uitgangspunt voor de waardebepaling van de nalatenschap. De dochter toont bovendien een lager bedrag niet aan.
Ambtshalve vermindering
De inspecteur geeft de dochter ter zitting nog mee dat zij om ambtshalve vermindering kan verzoeken, zodra zij meer duidelijkheid heeft over de feitelijke waarde van de nalatenschap. Hij verwijst haar voor de invordering van de verschuldigde erfbelasting door naar de Ontvanger van de Belastingdienst.