Fiscaal

Beroepsvereniging Vpb-vrijgesteld: absolute winstgrens niet naar rato berekenen

gepubliceerd op: 23 november 2018

In 2009 wordt de beroepsvereniging voor Nederlandse Stylisten opgericht. Zij verricht voor de vennootschapsbelasting zowel belaste als vrijgestelde activiteiten. De winst uit de belaste activiteiten bedraagt € 9.884 in 2010 en € 28.433 in 2011. De inspecteur legt voor 2012 een navorderingsaanslag op over de belastbare winst van € 31.414. Hij meent dat de vereniging niet voldoet aan de absolute winstgrens voor toepassing van de vrijstelling. Die moet volgens hem worden berekend naar rato van het aantal jaren dat de vereniging bestaat. De grens bedraagt dan 3/5 van € 75.000 is € 45.000. Dit uitgangspunt is onjuist, oordeelt Rechtbank Gelderland.

Uit de wet noch uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de absolute winstgrens naar rato moet worden berekend, oordeelt de rechtbank. Bovendien past het toepassen van de winstgrens van € 75.000 als absolute grens – ook als de vereniging korter dan vijf jaar bestaat – bij het doel om stichtingen en verenigingen met winsten van bijkomstige betekenis niet in de Vpb-heffing te betrekken.

Voorwaarden Vpb-vrijstelling
Een stichting of vereniging moet aan de volgende voorwaarden voldoen voor toepassing van de Vpb-vrijstelling voor bijkomstige winsten:
1. de belastbare winst bedraagt in het jaar niet meer dan € 15.000; of
2. de belastbare jaarwinst bedraagt samen met de belastbare winsten van de voorafgaande vier jaren niet meer dan € 75.000.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.