Fiscaal

Besluit ondernemingsfaciliteiten OVB gewijzigd

gepubliceerd op: 14 november 2024

Het besluit met beleid over de ondernemingsfaciliteiten in de overdrachtsbelasting (OVB) is geactualiseerd. In het vernieuwde onderdeel (2.7) wordt aandacht besteed aan de OVB-vrijstelling bij een bedrijfsoverdracht in de familiesfeer. Daarin wordt onder meer ingegaan op de gevolgen voor de toepassing van deze vrijstelling na de zogenoemde doorkijkarresten van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2018:2110 en ECLI:NL:HR:2018: 2200). Verder geldt de goedkeuring van onderdeel 3.4. voor toepassing van de vrijstelling bij inbreng (of omzetting) in een bv (of nv), zowel voor een windturbineonderneming als een onderneming die zonnepalen exploiteert. Daarmee is de goedkering aangepast aan de bestaande IB-regeling.

Andere aangepaste en nieuwe onderdelen van het besluit Ondernemingsfaciliteiten OVB zijn:

  • de voorwaarden voor toepassing van de goedkeuring bij vervreemding van de onderneming (voortzettingseis, onderdeel 3.9);
  • de voorwaarden bij de bedrijfsfusievrijstelling (onderdeel 4.1);
  • de nieuwe goedkeuring betreffende de aanhoudingseis in geval van certificering van aandelen die bij een bedrijfsfusie zijn verkregen (onderdeel 4.2);
  • de nieuwe goedkeuring voor toepassing van de cultuurgrondvrijstelling (onderdeel 7);

Vervallen kennisgroepstandpunten
Drie standpunten van de Kennisgroep overdrachtsbelasting zijn sinds 6 november jl. vervallen, omdat deze die dag zijn opgenomen in het gewijzigde besluit. Het betreft de standpunten over:

  • de reikwijdte van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling OVB bij doorkijken (KG:052:2022:011);
  • de verkrijging van certificaten van aandelen (KG:052:2022:12);
  • de gedeeltelijke toepassing van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling OVB op een schenking van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon (KG:052:2023:3).
Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.