Box-3-heffing sinds 2017 niet in strijd met EU-regels
Rechtbank Noord-Holland heeft uitspraak gedaan in vier als massaal bezwaar aangemerkte bezwaren tegen de box-3-heffing 2017 en 2018. De rechtbank oordeelt dat de box-3-heffing op stelselniveau niet in strijd is met het Europees recht. Het fair balance-beginsel wordt niet overschreden en er is op stelselniveau ook geen sprake van een buitensporige last. Sinds 2017 zijn er namelijk twee rendementspercentages, die regelmatig worden bijgesteld. Voor de meeste belastingplichtigen pakt de box-3-heffing sindsdien dan ook gunstiger uit. Bovendien moet het huidige stelsel volgens de rechtbank worden gezien als een tussenstap naar een rechtvaardiger systeem.
Commentaar
Een einde aan de stroom uitspraken over dit hete hangijzer is nog lang niet in zicht. Zo heeft de Bond voor Belastingbetalers al aangegeven door te procederen. De bond verwijst daarvoor met name naar de hiervoor besproken conclusie van Advocaat-Generaal Wattel. Ook zijn er nog andere zaken over de box-3-heffing onder de hamer. Bovendien ligt er bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ook nog een zaak over de box-3-heffing over spaargeld in 2016.
De rolnummers van de andere zaken bij Rechtbank Noord-Holland zijn: