Deadline overgangsrecht FGR nadert
Sinds 1 januari 2025 is de definitie van een fonds voor gemene rekening (fgr) gewijzigd. Daardoor kan een fgr dat tot en met 2024 niet zelfstandig belastingplichtig was voor de Vpb, kortstondig belastingplichtig worden. Om dit te voorkomen kunnen deze fondsen ervoor kiezen om met ingang van 1 januari 2025 alsnog tijdelijk niet als fgr te worden aangemerkt. Dit geldt ook voor een fgr dat op of na 1 januari 2025 is opgericht. Een belangrijke voorwaarde is dat alle participanten hiermee uiterlijk 28 februari 2026 moeten instemmen. Deze overgangsregeling voorkomt dat de betrokken fondsen in 2025 en 2026 slechts korte tijd zelfstandig belastingplichtig zijn.
De overgangsregeling geldt tot uiterlijk 2028. Inmiddels zijn er alweer nieuwe wijzigingen in de maak. De samenloop van enkele wijzigingen van de Wet aanpassing fgr en vrijgestelde beleggingsinstelling (Wet FGR) en de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen (Wet FKR) per 1 januari 2025 deed namelijk nieuwe knelpunten ontstaan. Om deze knelpunten op te lossen liep er tot en met 2 februari 2026 een consultatieronde over een conceptwetsvoorstel. In dit conceptwetsvoorstel is de definitie van het fgr verruimd door deze te laten aansluiten bij de twee gehanteerde begrippen in de Wet financieel toezicht (Wft): de beleggingsinstelling en de instelling collectieve beleggingen in effecten (icbe). Daarnaast wordt een facultatieve afmeldregeling opgenomen in de Wet op de vennootschapsbelasting. Deze regeling moet meer flexibiliteit bieden aan beleggingsfondsen die aan bepaalde voorwaarden voldoen.
Tijdpad
De voorgestelde wetswijzigingen worden naar aanleiding van de op- en aanmerkingen tijdens de consultatieronde waar nodig nog aangepast. Vervolgens moeten de voorgestelde wijzigingen nog langs de parlementaire weg. De inwerkingtreding wordt dan ook niet eerder verwacht dan in 2027.