Fiscaal

Derdenbegrip uitzendregeling bij terbeschikkingstelling eigen woning versoepeld

gepubliceerd op: 17 november 2022

Het derdenbegrip in de uitzendregeling is versoepeld. Kinderen en fiscale partners zijn in dit kader geen derden meer. Dat geldt ook voor andere personen die direct voorafgaand aan de uitzending al gedurende minimaal 12 maanden aaneengesloten tot het huishouden behoorden van de uitgezonden belastingplichtige. Blijven zij aansluitend of gaan zij gedurende de uitzending in de woning van de belastingplichtige wonen, dan blijft de eigenwoningregeling van toepassing. Dit staat in een geactualiseerd Besluit. De versoepeling werkt terug tot 23 oktober 2020 en geldt ook in de daaropvolgende jaren  – mits de aanslag over het belastingjaar waarvoor een beroep op de versoepeling wordt gedaan op 23 oktober 2020 nog niet onherroepelijk vaststond.

De terugwerkende kracht tot 23 oktober 2020 hangt samen met de Hoge Raad-uitspraak van die datum. De Hoge Raad oordeelde daarin dat het derdenbegrip in de uitzendregeling bij de eigenwoningregeling beperkt moet worden uitgelegd. Een uitwonende studerende dochter die tijdelijk introk in de woning van haar ouders die in het buitenland verbleven, leidde ertoe dat de eigenwoningregeling niet van toepassing bleef. De woning was namelijk geen eigen woning meer, omdat de woning tijdelijk ter beschikking werd gesteld aan een ‘derde’.

De inspecteur had de woning terecht toegerekend aan box 3. Deze invulling van het begrip ‘derde’ vindt de staatssecretaris te ver gaan. Daarom zijn de in het nieuwe besluit genoemde personen onder voorwaarden geen ‘derden’ meer. In het besluit zijn enkele voorbeelden opgenomen over hoe de versoepeling en de bijbehorende voorwaarden in de praktijk uitwerken.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.