DGA en echtgenote mogen herbestede oude eigenwoninglening meenemen
Een DGA woont in 2009 met zijn vrouw in een eigen woning waarop een hypotheek rust van € 725.000. In 2008 koopt de DGA een nieuwe woning, waarvoor hij een nieuwe banklening sluit voor € 1,2 miljoen en een overbruggingskrediet, die hij na aflossing omzet in een lening van € 310.000 bij zijn eigen bv. De DGA trekt vervolgens de rente op de oude en de nieuwe leningen af. De inspecteur accepteert vanaf 2013 de renteaftrek over de oude lening niet meer vanwege het verstrijken van de 3-jaarstermijn. Bovendien houdt hij rekening met een eigenwoningreserve vanwege de hiermee gepaarde gaande fictieve vervreemding.
Maar is dat terecht?
Hof Arnhem-Leeuwarden overweegt eerst dat tot de eigenwoningschuld van de huidige woning ook een later afgesloten lening voor verbetering en onderhoud kan worden gerekend, waarbij de verbouwingskosten eerst door eigen middelen zijn voorgefinancierd. Hiervoor is het van belang dat de DGA en zijn echtgenote op het moment van betalen van de verbouwingskosten het oogmerk hadden om die kosten te financieren met een lening en die ook met dat doel is aangegaan (oogmerkvereiste). Volgens het hof hebben de DGA en zijn echtgenote voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de oude lening voor zover nodig voor dit oogmerk wilden aanwenden, zodra zij de oude woning zouden hebben verkocht. Dit blijkt ook uit de leenovereenkomst met de eigen bv.
De verkoop van de oude eigen woning vond echter niet binnen de 3-jaarstermijn plaats, waardoor deze vanaf 1 januari 2013 niet meer kwalificeert voor de eigenwoningregeling. De overgang van box 1 naar box 3 houdt een fictieve vervreemding in van deze woning.
Uit de goedkeuring van het Besluit van 10 juni 2010, DGB2010/921 leidt het hof af dat bij vervreemding van een eigen woning de oude eigenwoninglening kan worden ‘meegenomen’ naar – en aangewend voor – de financiering van een nieuwe eigen woning. Dit geldt volgens het hof ook bij een fictieve vervreemding van de voormalige eigen woning. Omdat de DGA en zijn echtgenote ook aan het oogmerkvereiste voldoen, kan de oude, herbestede eigenwoninglening per 1 januari 2013 gaan behoren tot de eigenwoningschuld van de nieuwe woning. Wel moet daarbij rekening worden gehouden met de bijleenregeling. Op het moment van de fictieve vervreemding was de waarde in het economisch verkeer van de voormalige eigen woning € 924.000. De eigenwoningreserve bedraagt op dat moment dus € 199.000 (€ 924.000 – € 725.000).
De DGA heeft dus maximaal een eigenwoningschuld waarvan de rente aftrekbaar is van € 2.036.000 (€ 2.235.000*) – € 199.000). Omdat de DGA echter zelf slechts renteaftrek claimt over een eigenwoningschuld van € 1.767.500, sluit het hof zich daarbij aan.
*) de nieuwe hypotheek € 1,2 miljoen plus de lening van € 310.000 bij de eigen bv en de oude eigenwoningschuld van € 725.000.