Fictieve verkrijging ook bij zicht op spoedig overlijden
Een zoon neemt in 2003 de onderneming van zijn ouders over tegen inbreng van een lijfrenteverplichting. Hij brengt deze verplichting onder in een bv. In 2012 overlijdt zijn vader en in mei 2015 krijgt zijn moeder te horen dat zij ongeneeslijk ziek is en niet lang meer te leven heeft. Zij overlijdt eind juli 2015. De zoon meent dat er geen sprake is van een fictieve verkrijging ex artikel 13a SW, omdat de waardestijging van de aandelen in de bv door het vrijvallen van de lijfrenteverplichting, zich eigenlijk al voordoet in mei 2015. Dat is juist, maar dit betekent niet dat artikel 13a SW daarom buiten toepassing moet blijven, oordeelt de Hoge Raad.
De Hoge Raad is het met de zoon eens dat op het moment van de diagnose feitelijk al vaststaat dat de lijfrenteverplichting in waarde daalt. Maar dit sluit volgens de Hoge Raad de toepassing van de fictie van artikel 13a SW niet uit. De letterlijke tekst van artikel 13a SW bepaalt namelijk dat de waardestijging ‘door overlijden’ moet plaatsvinden. Dit betekent ‘als gevolg van overlijden’. Het gaat dus om het direct of indirect oorzakelijk verband tussen het overlijden van de erflater en de waardestijging van de aandelen. Het tijdstip van overlijden vormt in dit verband geen criterium. De uitleg van de zoon zou ook tot het ongewenste resultaat leiden dat de (omvang van de) belastingheffing afhankelijk wordt van het antwoord op de vraag of de erflater al dan niet plotseling is overleden.
Doel fictiebepaling
De bedoeling van de fictie is om constructies te bestrijden waarbij erfbelasting wordt omzeild. De oudedagsvoorziening wordt daarbij ondergebracht bij een bv, waarvan de aandelen door een ander wordt gehouden dan de lijfrente- of pensioengerechtigde. Zonder fictie zou de waardestijging van de aandelen door het wegvallen van de verplichting als gevolg van het overlijden van de gerechtigde niet leiden tot heffing van erfbelasting. Zouden de aandelen worden gehouden door de pensioen- of lijfrentegerechtigde zelf, dan zou dit wel leiden tot heffing van erfbelasting over de waardestijging van de aandelen. De fictie is dus bedoeld om deze verschillende situaties hetzelfde te behandelen.