Geen heffingskortingen door voortdurende inschrijving ex op oud adres
Een man en een vrouw tekenen in 2014 een echtscheidingsconvenant. Daarin staat dat de man de gezamenlijke woning in maart 2014 heeft verlaten en dat de woning in juni 2014 is verkocht. De vrouw verhuist met de kinderen in november 2014 en laat dit vastleggen in de basisregistratie personen (BRP). De man blijft echter op verzoek van de kopers nog tot maart 2015 ingeschreven staan op het oude adres. Als de vrouw bij haar aangifte IB 2014 de alleenstaande-ouderkorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting claimt, weigert de inspecteur de heffingskortingen te verlenen. Terecht, oordeelt Hof Amsterdam.
Het hof oordeelt dat de inschrijving in de BRP doorslaggevend is voor het recht op de heffingskortingen. Aangezien de ex-partner heel 2014 nog op het oude adres ingeschreven staat, worden de man en de vrouw conform het partnerbegrip ex artikel 5a Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) nog steeds aangemerkt als fiscale partners. Dat de feitelijke situatie anders is, is hiervoor dus niet relevant. Het hof wijst de vrouw nog wel op de mogelijkheid om een beroep te doen op de hardheidsclausule bij de minister van Financiën.
Tip
Het fiscaal partnerschap wordt pas verbroken als het verzoek om echtscheiding is ingediend én een van de partners in de BRP is uitgeschreven op het voormalige gezamenlijke adres. Wijs jouw cliënten hierop.