Geen HIR-dotatie als herinvesteringsvoornemen niet aannemelijk is
Een akkerbouwer verkoopt eind 2004 landbouwgrond aan zijn kinderen. In april 2005 wordt de grond geleverd. De inspecteur corrigeert de boekwinst. De akkerbouwer wil de gecorrigeerde boekwinst doteren aan een herinvesteringsreserve (HIR) voor de aankoop van vervangende landbouwgronden. Het hof en de Hoge Raad staan dit toe. De Hoge Raad verwijst de zaak wel naar Hof Amsterdam om te onderzoeken of de akkerbouwer op de balansdatum (30 april 2005) een herinvesteringsvoornemen had. Dit hof oordeelt nu dat de akkerbouwer dit niet aannemelijk heeft gemaakt.
Er was volgens het hof in de omgeving geen grond te koop en die zou in de nabije toekomst ook niet beschikbaar komen. De akkerbouwer zou alleen over meer grond kunnen beschikken door middel van pacht. Dit blijkt ook uit het feit dat de akkerbouwer niet wilde financieren met vreemd vermogen en op balansdatum over onvoldoende eigen middelen beschikte. Bovendien wijst het hof op het feit dat de akkerbouwer na de overdracht van de grond aan de kinderen nog steeds beschikte over 85,5 ha landbouwgrond. Ieder voornemen tot aankoop van landbouwgrond zou per definitie een uitbreidingsinvestering zijn, waarvoor geen HIR kan worden gevormd.
Tip
Wanneer uw cliënt nog een herinvesteringsreserve heeft die dit jaar gebruikt moet worden, zorg er dan voor dat er nog dit jaar wordt geïnvesteerd en voorkom dat uw cliënt de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.