Fiscaal

Geen onderzoeksplicht voor inspecteur – navordering terecht

gepubliceerd op: 30 januari 2020

Een DGA houdt alle aandelen in twee bv’s. In 2012 overlijdt zijn echtgenote, met wie hij in algehele gemeenschap van goederen was getrouwd. In de aangifte erfbelasting wordt de intrinsieke waarde van de helft van de ab-aandelen aangegeven. In de overlijdensaangifte van de echtgenote wordt echter ten onrechte geen ab-inkomen opgegeven. Dit komt aan het licht naar aanleiding van een landelijk onderzoek. De inspecteur legt een navorderingsaanslag op. Terecht, oordeelt Rechtbank Noord-Holland. De inspecteur beschikt over een nieuw feit. De gegevens in de overlijdensaangifte konden juist zijn. De inspecteur hoefde daar niet aan te twijfelen.

In deze zaak trekt de inspecteur dus wel aan het langste eind. De rechtbank oordeelt dat de kans niet onwaarschijnlijk was dat de gegevens in de overlijdensaangifte van de echtgenote juist waren. Inkomensbestanddelen uit het aanmerkelijk belang zijn immers gemeenschappelijke inkomensbestanddelen die de partners vrijelijk tussen elkaar kunnen verdelen. Het was mogelijk dat deze inkomensbestanddelen geheel aan de DGA werden toegerekend. De inspecteur hoefde daarom niet te twijfelen aan de juistheid van de gegevens in de overlijdensaangifte van de echtgenote.

Bij het opleggen van de navorderingsaanslag kon de inspecteur zich beperken tot het dossier van de echtgenote. Volgens de rechtbank is de inspecteur niet verplicht om aanwezige dossiers van de partner of van andere belastingen te raadplegen om gegevens te verifiëren.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.