Geen vergrijpboete voor ontbonden vof voor belastbare feiten vanaf 1 juli 2009
Een vof is opgericht met terugwerkende kracht tot 1 januari 2009. Nadat zij is ontbonden wordt aan haar onder meer een vergrijpboete opgelegd. De Hoge Raad oordeelt dat een bestuurlijke boete niet aan de ontbonden vof kan worden opgelegd, voor de belastbare feiten die na 1 juli 2009 plaatsvonden. Sindsdien is namelijk de vierde tranche Awb in werking getreden, waarbij voor dergelijke gevallen wordt aangesloten bij het wetboek van Strafrecht (Sr). Op grond van artikel 51, lid 3 Sr kan een entiteit niet meer worden vervolgd als voor derden kenbaar is dat zij is ontbonden.
De ontbinding kan kenbaar zijn bij derden bijvoorbeeld door publicatie in het Handelsregister. Ook als de inspecteur op een andere wijze op de hoogte is van de ontbinding, kan hij geen boete meer opleggen. Weet de inspecteur niet van de ontbinding – maar heeft hij daarvoor wel aanwijzingen – dan moet hij daar onderzoek naar doen. De boete kan wel worden opgelegd aan degene die opdracht gaf tot c.q. feitelijk leiding gaf aan het beboetbare feit. In deze zaak zijn dat de voormalige firmanten.
Naheffingsaanslag
Naast de boete is een naheffingsaanslag loonheffing over 2009 aan de vof opgelegd. Die kan niet in stand blijven voor tijdvakken vóór de schriftelijke vastlegging van het firmacontract. De vof kan immers geen inhoudingsplichtige zijn vóór haar totstandkoming. Dat is anders als aangetoond kan worden dat de firmanten zich al eerder tegenover elkaar als vennoten zijn gaan gedragen en zich toen als zodanig aan derden hebben gepresenteerd.