Fiscaal

Geëxpireerde kapitaalpolis met lijfrenteclause belast in 2020

gepubliceerd op: 19 juni 2025

Een man sloot in 1989 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Deze polis expireerde oorspronkelijk op 1 december 2013. Nadat de verzekering meermaals is overgegaan naar een andere verzekeraar, wordt in 2020 de waarde (€ 40.745) uitgekeerd. De inspecteur betrekt dit bedrag in het box-1-inkomen van de man over 2020. De man stelt dat de polis al in 2013 is geëxpireerd en daardoor in 2014 als periodieke uitkering in de belastingheffing had moeten worden betrokken. Subsidiair stelt hij dat de saldomethode moet worden toegepast. Wat oordeelt Rechtbank Gelderland?

Rechtbank Gelderland oordeelt dat het weliswaar onduidelijk is op welk moment de expiratiedatum is gewijzigd, maar dat de man aan zet is om duidelijkheid hierover te verschaffen. Uit de gegevens van de verzekeraar volgt een expiratiedatum in 2020 en de man maakt niet aannemelijk dat dit onjuist is. Op grond van het overgangsrecht in de Invoeringswet Wet IB 2001 en de Wet IB 1964 is dan de saldomethode van toepassing. De man overlegt echter geen bewijsstukken, waaruit blijkt dat dit in zijn geval leidt tot een heffing over een lagere grondslag. De aanslag moet daarom in stand blijven, aldus de rechtbank.

Voorstel wetswijziging

Volgens de huidige regelgeving moet vóór 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin een polis tot uitkering is gekomen, worden beslist wat er met het vrijkomende kapitaal wordt gedaan. In de Fiscale Verzamelwet 2026 wordt voorgesteld om per 1 januari 2026 niet langer aan te sluiten bij de contractueel overeengekomen expiratiedatum. Fiscaal telt alleen nog maar dat de eerste lijfrentetermijn moet zijn uitgekeerd op 31 december van het jaar waarin de AOW-leeftijd plus vijf jaar wordt bereikt.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.