Fiscaal

Grote verbouwing niet op onderdelen toetsen op onderhoud of verbetering

gepubliceerd op: 09 december 2021

Een man koopt twee panden, waarvan er één bestemd is als eigen woning. Hij laat dit pand ingrijpend verbouwen en renoveren voor € 2.926.026. De aankoop en de verbouwing zijn gefinancierd met een lening van € 4.269.443. De man trekt in zijn aangifte IB 2013 de rente over deze schuld (€ 85.389) af. De inspecteur stelt echter dat de verbouwingskosten voor € 743.678 geen kosten zijn die verband houden met de verbetering of verbouwing van de eigen woning, maar moeten worden aangemerkt als ‘huurderslasten’. In zoverre is de lening geen eigenwoninglening, waarvan de rente aftrekbaar is.

De inspecteur bedoelt met ‘huurderslasten’ de uitgaven aan een onroerende zaak die in huurdersverhoudingen door de huurder plegen te worden gedaan. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur met het uitgangspunt dat schulden die hierop betrekking hebben geen eigenwoningschulden zijn, een te beperkte uitleg geeft aan ‘schulden die zijn aangegaan voor verbetering of onderhoud van de woning’. Het uitsluiten van schulden die betrekking hebben op zogenoemde ‘huurderslasten’ vindt geen steun in de wet of de wetsgeschiedenis.

Geen afzonderlijke toetsing

Niet elke uitgave aan een onroerend zaak is zonder meer een uitgave voor onderhoud of verbetering van een eigen woning. Maar in dit geval gaat het volgens de rechtbank om een zeer omvangrijke verbouwing, inclusief een nieuwe aanleg en inrichting van de tuin. Het past daarbij niet om voor elke ‘onroerende uitgave’ afzonderlijk te toetsen of er sprake is van onderhoud of verbetering. Dat doet geen recht aan het feit dat zo’n verbouwing in zijn geheel moet worden bezien (complexgedachte). Het gelijk is hier aan de man.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.