Fiscaal

HIR valt in winst na schenking aandelen aan zoon

gepubliceerd op: 25 januari 2024

Een vader houdt alle aandelen in een beheer- en exploitatie-bv, die beschikt over een HIR van € 1,3 miljoen. Hij schenkt in 2015 5% van deze aandelen aan zijn zoon. In 2016 schenkt de vader de overige 95% van de aandelen aan de bv van de zoon. Daarna draagt de zoon zijn 5% aandelen over aan zijn bv. In 2016 verkoopt de beheer- en exploitatie-bv een onroerende zaak, waarna zij € 545.000 toevoegt aan de HIR. De inspecteur stelt dat de HIR en de dotatie in 2016 vrijvallen in de winst. Er is namelijk sprake van een belangrijke wijziging van het uiteindelijke belang in de beheer- en exploitatie-bv.

 

Artikel 12a Wet Vpb (antimisbruikbepaling) schrijft dan voor dat de HIR vrijvalt in de winst. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat er inderdaad sprake is van een belangrijke wijziging van het uiteindelijke belang in de beheer- en exploitatie-bv, omdat het financieel belang is gewijzigd. Het belang van de zoon in deze bv is immers aangegroeid van 5% naar 100%. Daarmee is aan de aandeelhouderstoets van artikel 12a Wet Vpb voldaan. Ook biedt de uitzondering van artikel 12a, lid 2, letter b Wet Vpb de beheer- en exploitatie-bv geen soelaas, omdat haar bezittingen in de 3 maanden voorafgaand aan de schenking voor meer dan de helft (grotendeels) bestonden uit beleggingen. Verhuurde onroerende zaken worden namelijk bij wetsfictie aangemerkt als beleggingen. Dat er feitelijk geen sprake is van misbruik maar van een opvolging in de familiesfeer, maakt dit oordeel niet anders.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.