Fiscaal

HR: Ook elektronische gegevens kunnen ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ zijn

gepubliceerd op: 17 mei 2018

Een man had in 2007 zijn inkomsten uit gastouderschap niet aangegeven in zijn aangifte IB 2007. De inspecteur legt hem daarom een navorderingsaanslag op, verhoogd met een vergrijpboete. Hij baseert zich hierbij op informatie uit een database van de Belastingdienst/Toeslagen. De inspecteur overlegt hiervan slechts enkele schermprints, waaruit het gastouderinkomen van de man in 2007 blijkt. Dat is voldoende om aan zijn bewijslast te voldoen, oordeelt de Hoge Raad. Elektronisch vastgelegde gegevens kunnen ook 'op de zaak betrekking hebbende stukken' zijn. Gegevens uit een database zijn dat alleen voor zover zij van belang zijn en geraadpleegd kunnen worden voor de betreffende zaak.

De Hoge Raad geeft het toepassingsbereik aan van artikel 8:42 Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor elektronisch vastgelegde gegevens. Artikel 8:42 Awb betreft de verplichting tot overlegging van ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ door een bestuursorgaan. Volgens de Hoge Raad vallen elektronisch vastgelegde gegevens die leesbaar gemaakt kunnen worden onder het begrip ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’. Softwareprogramma’s en andere elektronische systemen waarop gegevens worden opgeslagen, kunnen dat niet zijn. Dergelijke programma’s als zodanig bevatten namelijk meestal geen op de zaak betrekking hebbende gegevens. Gegevens in een database hebben slechts betrekking op de zaak voor zover deze van belang zijn en geraadpleegd kunnen worden voor de betreffende zaak. Daarom waren de overgelegde schermprints met informatie over de man/gastouder voldoende en hoefde de inspecteur niet de gehele inhoud van de database te overleggen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.