Hypotheekrecht biedt geen zekerheid bij mede-eigendom dga – lening onzakelijk
Een dga verstrekt een lening van € 400.000 aan zijn holding-bv. Deze bv heeft met haar dochter-bv’s ook een kredietovereenkomst met een bank. De dga verstrekt de lening aan de holding-bv voor de gezamenlijke aankoop van een bedrijfspand. In de leenovereenkomst wordt (nog) geen aflossingsschema vastgelegd. De holding-bv verstrekt aan de dga een hypotheekrecht op het gezamenlijk aangekochte bedrijfspand. Een aflossingsschema komt er niet en na zeven jaar waardeert de dga de lening af ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur heeft dit terecht geweigerd omdat de lening onzakelijk is, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden.
Hof Arnhem-Leeuwarden somt op waarom de lening als onzakelijk moet worden aangemerkt, waardoor er geen sprake kan zijn van een aftrekbaar tbs-verlies:
- de vordering van de dga is achtergesteld bij de vordering van de bank; en
- er is geen aflossingsschema overeengekomen; en
- feitelijk heeft de holding-bv geen reële zekerheden verstrekt omdat de dga mede-eigenaar is van het bedrijfspand; en
- er kan geen ‘at arm’s length’ rente voor de lening worden bepaald, waardoor een onafhankelijke derde niet bereid zou zijn geweest dezelfde lening aan de holding-bv te verstrekken onder dezelfde voorwaarden en omstandigheden.
Volgens het hof heeft de dga het risico van de lening daarom aanvaardt met de bedoeling het belang van de holding-bv te dienen vanuit zijn hoedanigheid van aandeelhouder.