Inkomsten uit kinderopvang zijn winst uit onderneming
Een geregistreerde gastouder vangt in de periode tussen 2010 en 2013 acht tot elf kinderen op. Haar omzet stijgt in die jaren van ruim € 10.000 naar bijna € 22.000. Zij meent winst uit onderneming te genieten, maar de inspecteur vindt dat zij niet zelfstandig genoeg is ten opzichte van haar opdrachtgevers - de gastouderbureaus - en dat zij te weinig ondernemersrisico's loopt. Die stelling is onjuist, oordeelt Rechtbank Noord-Nederland. De vraagouders zijn haar opdrachtgevers. De rol van de gastouderbureaus beperkt zich tot bemiddeling, begeleiding en doorbetaling van de vergoedingen. De gastouder is niet onderworpen aan strenge regels, toezicht en controle van de gastouderbureaus.
De rechtbank geeft aan dat de activiteiten van de gastouder moeten worden getoetst aan de volgende eisen:
- de duurzaamheid en omvang van de werkzaamheden;
- de grootte van de brutobaten,
- de winstverwachting;
- het lopen van ondernemersrisico;
- de beschikbare tijd voor de werkzaamheden;
- de bekendheid die naar buiten wordt gegeven aan de werkzaamheden;
- het aantal opdrachtgevers,
- de omvang van de investeringen.
De rechtbank komt tot de conclusie dat de gastouder aan alle genoemde punten voldoet, behalve het laatste punt. Dat staat echter niet in de weg aan haar ondernemerschap, maar is meer inherent aan het feit dat zij haar activiteiten aan huis verricht.
Het ondernemersrisico bestaat uit het debiteurenrisico en het inkomensrisico bij ziekte en afwezigheid. De gastouder doet zelf de acquisitie van vraagouders. Het tussenschuiven van gastouderbureaus is alleen nodig omdat de vraagouders anders geen aanspraak kunnen maken op kinderopvangtoeslag.