Fiscaal

Inspecteur maakt onzakelijke lening niet aannemelijk

gepubliceerd op: 07 juli 2022

Een man is enig (indirect) aandeelhouder van een in Nederland gevestigde bv. De man heeft in 2015 samen met zijn vrouw in Marokko een vennootschap opgericht die een beddenzaak opent. In 2015 en 2016 heeft de bv ruim € 200.000 geleend aan de Marokkaanse vennootschap. In 2016 gaan de man en de vrouw uit elkaar en wordt de zaak gesloten. De bv heeft haar totale vordering per eind 2016 volledig afgewaardeerd ten laste van de winst. De inspecteur stelt dat sprake is van een onzakelijke lening en corrigeert de aangifte Vpb. De bv gaat in beroep en stelt dat er wel degelijk sprake is van een reële lening. Rechtbank Gelderland geeft de bv gelijk, omdat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de lening onzakelijk is.

De laatste jaren oordelen rechters steeds vaker dat gelieerde leningen onzakelijk zijn, waardoor bij afwaarderingen daarvan fiscaal geen verlies kan worden genomen. Maar deze uitspraak is een uitzondering. De bewijslast dat sprake is van een onzakelijke lening ligt bij de inspecteur en in deze procedure is de inspecteur daar niet in geslaagd. De inspecteur stelde dat een bank deze lening niet zou hebben verstrekt. Maar zonder onderbouwing daarvan is deze conclusie niet zomaar te rechtvaardigen. De rechter was het met de bv eens dat start-ups vandaag de dag ook door particuliere investeerders worden gefinancierd. Dat de start-up in het buitenland is gevestigd, maakt hierbij niet uit. Er was overigens marktonderzoek gedaan en de man en vrouw waren ervaren in de branche. De beddenzaak is ook daadwerkelijk open geweest. Het niet stellen van zekerheden brengt niet automatisch met zich mee dat de lening onzakelijk is.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.