Fiscaal

Kabinet stuurt wetsvoorstel Wet werkelijke rendement box 3 naar RvS

gepubliceerd op: 27 juni 2024

Het huidige demissionaire kabinet heeft besloten om het wetsvoorstel Wet werkelijke rendement box 3 voor advies aan de Raad van State (RvS) aan te bieden. Door het nu voor advies naar de RvS te sturen, blijft het volgens staatssecretaris Van Rij mogelijk om het nieuwe box-3-stelsel met ingang van 1 januari 2027 in te voeren. Als het advies van de RvS is ontvangen, kan het nieuwe kabinet beslissen of het wetsvoorstel – al dan niet in gewijzigde vorm – wordt ingediend bij de Tweede Kamer. Het blijft de bedoeling om bij de aangiften inkomstenbelasting zoveel mogelijk te werken met door de Belastingdienst vooraf ingevulde gegevens.

Er zal dan gebruik worden gemaakt van gegevens van Nederlandse financiële ketenpartners, zoals banken, beleggingsinstellingen en verzekeraars. Hierdoor blijft voor het grootste deel van de belastingplichtigen het doen van de aangifte inkomstenbelasting vrij eenvoudig. Dit geldt echter niet voor bijvoorbeeld vastgoedbezitters en houders van niet-beursgenoteerde aandelen. Voor onroerende zaken geldt straks het systeem van de vermogenswinstbelasting. Dit betekent dat waardeontwikkeling pas zal worden belast bij de realisatie daarvan.

Onderscheid in categorieën
Bij het directe rendement op vastgoed zal onderscheid worden gemaakt tussen drie categorieën. Als een onroerende zaak minimaal 90% van het jaar wordt verhuurd, zijn de huurinkomsten belast en de onderhoudskosten aftrekbaar. Wordt de onroerende zaak het hele jaar niet verhuurd, dan wordt het directe rendement berekend via een vastgoedbijtelling (2,65% over de WOZ-waarde). Wordt het vastgoed gemengd gebruikt, dan wordt het directe rendement vastgesteld op de hoogste van de twee hiervoor genoemde categorieën.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.