Kenbare fout maakt navordering mogelijk
Een vrouw woont in Duitsland en ontvangt in 2019 nabestaandenpensioen van haar in 2018 overleden man. Zij past in haar IB-aangifte 2019 de overgangsregeling toe in het Verdrag Nederland – Duitsland. Het nabestaandenpensioen wordt daarom slechts tegen 20% belast. De IB-aangifte 2019 wordt geautomatiseerd afgedaan. Na beantwoording van een vragenbrief legt de inspecteur haar toch een navorderingsaanslag IB 2019 op, omdat het pensioen belast zou zijn tegen het reguliere IB-tarief. In geschil is of de inspecteur wel mag navorderen, nu de aangifte geautomatiseerd is afgedaan en of de overgangsregeling in het Verdrag Nederland – Duitsland van toepassing is.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het geautomatiseerd vaststellen van de IB-aanslag 2019 een fout in de zin van de wet is. De definitieve IB-aanslag is immers al opgelegd, voordat de vrouw op het informatieverzoek heeft gereageerd. De inspecteur kan dan alleen navorderen als de fout kenbaar is geweest voor de vrouw. Dat is het geval als het verschil volgens de definitieve aanslag en de belastingschuld volgens de wet meer dan 30% bedraagt. Aan dit bewijsvermoeden is voldaan, dus is navordering toegestaan.
Overgangsregeling
Het nabestaandenpensioen valt niet onder de overgangsregeling in het Verdrag Nederland – Duitsland, aldus de rechtbank. Het ouderdomspensioen van de man viel daar wel onder, omdat dit was ingegaan vóór 1 januari 2016. Dit pensioen is echter geëindigd door het overlijden van de man. Het nabestaandenpensioen is geen voortzetting van dit pensioen en is ingegaan ná 1 januari 2016. Het nabestaandenpensioen valt dus niet onder de genoemde overgangsregeling.