Fiscaal

Lagere forfaitaire rendementen box 3 in 2018

gepubliceerd op: 26 april 2017

De forfaitaire rendementen van box 3 worden verlaagd in 2018. Het forfaitaire rendement in de rendementsklasse I voor de vermogensmix 'sparen' gaat van 1,63% in 2017 naar 1,30% in 2018. Het forfaitaire rendement in de rendementsklasse II voor de vermogensmix 'beleggen' gaat van 5,39% in 2017 naar 5,38% in 2018. Voor 2019 wordt geschat dat het forfaitair rendement verder daalt naar 0,89% in de rendementsklasse I en 5,33% in rendementsklasse II. Dit antwoordt demissionair staatssecretaris Wiebes op vragen over de fiscale toezeggingen en moties die hij deed in zijn brief van 20 september 2016. Maar hoe werkt dit uit voor de box-3-heffing?

Het vaststellen van de box-3-heffing is sinds 1 januari 2017 een stuk ingewikkelder geworden. De grondslag van box 3 bestaat uit een vermogensmix. Deze vermogensmix bestaat uit sparen, onroerende zaken, aandelen en obligaties en wordt verdeeld in twee rendementsklassen. Rendementsklasse I betreft ‘sparen’ en rendementsklasse II betreft ‘beleggen’. Voor de rendementsklasse ‘sparen’ bedraagt het forfaitair rendement in 2017 1,63% (in 2018: 1,30%), voor de rendementsklasse ‘beleggen’ 5,39% (in 2018: 5,38%).

De hoogte van de box-3-grondslag (box-3-vermogen -/- heffingsvrij vermogen) bepaalt hoe het vermogen over deze rendementsklassen geacht wordt te zijn verdeeld. Klik voor het overzicht.

Tip
Sinds 1 januari 2017 is de verdeling van het box-3-vermogen tussen de partners van belang in verband met de verschillende forfaitaire rendementen. Heeft uw cliënt een box 3-vermogen van bijvoorbeeld € 200.000? Dan is het verstandig om dit over de beide partners gelijkelijk te verdelen, zodat zij ieder het fictief rendement van 2,87% (in 2017) kunnen toepassen. Verdeelt u niet, dan bedraagt bij een van de partners het forfaitair rendement 4,60% van het box-3-vermogen boven € 100.000.

Alternatieven
Voor grote vermogens betekent de wijziging in de box-3-heffing een flinke lastenverzwaring. Het is daarom zinvol om te kijken of er voor uw cliënt alternatieven zijn. Zo kan uw cliënt misschien beter zijn/haar eigenwoningschuld aflossen, of vermogen overbrengen naar een open fonds voor gemene rekening of misschien wel naar een BV. Het is de moeite waard om dit eens uit te zoeken.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.