Fiscaal

Media-aandacht opsporing zwartspaarders irrelevant voor toepassen inkeerregeling

gepubliceerd op: 04 februari 2021

Een vrouw had een verzwegen rekening bij de Zwitserse UBS-bank, die in 2014 werd opgeheven. Medio 2015 verzoekt de Belastingdienst de UBS-bank om de adresgegevens van rekeninghouders. De USB-bank informeert de rekeninghouders hierover. Deze informatie wordt niet naar de vrouw gestuurd. In september 2015 is er wel veel media-aandacht voor het groepsverzoek van de Nederlandse fiscus. De vrouw geeft medio 2016 alsnog haar verzwegen vermogen op. De inspecteur houdt bij het opleggen van de navorderingsaanslagen over 2005 t/m 2014 met vergrijpboetes geen rekening met deze vrijwillige verbetering. Ten onrechte, oordeelt de Hoge Raad.

De Belastingdienst stelt dat de vrouw door de media-aandacht op het moment van de inkeer wist of moest vermoeden dat de Belastingdienst een onderzoek deed naar zwartspaarders met een UBS-rekening. En dat daardoor een reële kans bestond dat de Belastingdienst haar UBS-rekening op het spoor was of zou komen.

Media-aandacht niet relevant

De Hoge Raad concludeert op grond van de feiten dat:

  • de Belastingdienst op het moment van de inkeer geen aanwijzingen had van het bestaan van de UBS-rekening van de vrouw; en
  • die rekening ook niet was begrepen in het groepsverzoek.

Objectief gezien is dan volgens de Hoge Raad het vermoeden niet gerechtvaardigd dat de Belastingdienst met de onjuistheid of onvolledigheid van de aangifte bekend was of bekend zou kunnen worden. Daarbij is niet van belang of er een subjectief vermoeden zou kunnen worden ontleend aan de media-aandacht.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.