Fiscaal

Nederland mag heffen over waardeaangroei aandelen bij emigratie naar België

gepubliceerd op: 13 maart 2025

Een in Nederland wonende dga heeft een aanmerkelijk belang in een bv en in een Belgische nv. Hij verhuist in 2018 naar België. De inspecteur legt hem een conserverende aanslag op voor de fictieve vervreemding van de aandelen in de Belgische nv. De dga meent dat Nederland niet heffingsbevoegd is op grond van het belastingverdrag met België. De inspecteur geeft aan dat de fictieve vervreemding direct voorafgaand aan de emigratie plaatsvindt en dat de dga dit inkomen dus geniet als binnenlands belastingplichtige. Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het daarmee eens en laat de conserverende aanslag in stand.

Volgens de rechtbank staat het belastingverdrag van Nederland met België niet aan de heffing in de weg. De verdragsbepaling die dubbele heffing moet voorkomen, is niet van toepassing op de waardeaangroei van de aandelen in de nv vóór de emigratie.

Goede verdragstrouw

De emigratieheffing is ook niet in strijd met de goede verdragstrouw. Daarbij verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Hoge Raad uit februari 2009. Deze uitspraak ziet weliswaar op het belastingverdrag tussen Nederland en België uit 1970, maar heeft nog steeds dezelfde strekking. De bepaling regelt dat Nederland ook na de emigratie van een inwoner van Nederland naar België gedurende een bepaalde periode nog mag heffen over gerealiseerde aanmerkelijkbelangwinst bij vervreemding van aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap. De beide verdragsversies doen niet af aan het uitgangspunt dat Nederland volledig heffingsbevoegd is zolang de houder van een aanmerkelijk belang inwoner is van Nederland.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.