Nieuw feit maakt navorderen over banktegoeden mogelijk
Een vrouw geeft in haar IB-aangiften 2010, 2011 en 2012 drie banktegoeden niet op. De inspecteur komt daar achter bij de aanslagregeling over 2013. De vrouw geeft aan dat zij dit is vergeten door haar medische situatie en door nalatigheid van de betreffende banken. De inspecteur legt navorderingsaanslagen op. De vrouw stelt dat dit niet kan, omdat een nieuw feit hiervoor ontbreekt. Dat is onjuist, oordeelt Rechtbank Den Haag. De banken hebben over de banktegoeden onjuiste of geen informatie verstrekt aan de Belastingdienst. De inspecteur komt daar pas achter na het vaststellen van de aanslagen. Hij heeft daarmee dus geen rekening kunnen houden.
De vrouw stelt dat de inspecteur dit had kunnen weten, omdat hij haar medische situatie kent en zij regelmatig om uitstel heeft gevraagd voor het indienen van de aangiften. Hij had daarom moeten beseffen dat haar aangiften fouten konden bevatten, waarnaar hij nader onderzoek had moeten doen. De rechtbank gaat daar niet in mee. De inspecteur mag vertrouwen op de gegevens in de ingediende aangiften. Pas als er zich bijzondere omstandigheden voordoen die reden geven om te twijfelen aan de juistheid van die gegevens, moet hij een onderzoek instellen. Het feit dat de vrouw vanwege haar medische situatie regelmatig uitstel vroeg voor het indienen van haar aangiften – om deze pas in te dienen op een moment dat zij daartoe beter in staat is – duidt er juist op dat de inspecteur mocht uitgaan van de gegevens in de aangifte.