Fiscaal

Nieuwe box-3-uitspraken Hoge Raad tijdens de zomerstop

gepubliceerd op: 22 augustus 2024

De Hoge Raad heeft op 2 augustus jl. opnieuw enkele uitspraken gedaan over het geboden box-3-herstel over 2017 en 2018. Een van de zaken betreft een deelnemer aan een beleggingsclub; een besloten fonds voor gemene rekening. De Hoge Raad oordeelt onder verwijzing naar de 6 juni-uitspraken dat het hof ten onrechte de ongerealiseerde vermogenswinsten niet heeft aangemerkt als werkelijk behaald rendement. De zaak is verwezen naar Hof Amsterdam, om de deelnemer in de gelegenheid te stellen zijn werkelijke rendement aan te tonen. Ook bij de andere zaken verwijst de Hoge Raad naar zijn uitspraken van 6 juni jl.

Lees meer

  • In de zaak van een ondernemer is € 441.796 als overtollige liquide middelen tot box 3 gerekend en het box-3-inkomen vastgesteld op € 22.277. De Hoge Raad verlaagt het box-3-inkomen tot slechts € 514. De liquide middelen bestaan namelijk uit banktegoeden, waarvan het voordeel in 2018 op 0,12% moet worden gesteld.
  • Een andere zaak betreft het verlies op de certificaten van aandelen van een werkneemster. Zij meent dat dit verlies aftrekbaar is als negatief loon. De Hoge Raad oordeelt dat daarvan geen sprake.
  • Tot slot noemen we een zaak over ongerealiseerde koerswinsten in 2017 en 2018. Belanghebbende stelt dat hij in de jaren 2001 t/m 2018 gemiddeld verlies heeft geleden. Daarom zou het inkomen in box 3 naar nihil moeten worden verminderd. Ook hier oordeelt de Hoge Raad onder verwijzing naar de 6 juni-uitspraken dat met verliezen uit andere jaren geen rekening kan worden gehouden.
Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.