Fiscaal

Prijsgeven rekening-courantvordering op dga niet aangetoond – geen winstuitdeling

gepubliceerd op: 06 november 2025

Een dga leent in 2007 € 1 miljoen van zijn holding bv tegen een rente van 5%. De lening wordt in rekening-courant geboekt en is opeisbaar als de goederen van de schuldenaar (de dga) geheel of deels in beslag worden genomen. In 2013 wordt de bv failliet verklaard. De inspecteur stelt vast dat de lening dan nog steeds bestaat. Hij stelt dat de bv de lening in 2013 heeft prijsgegeven en dat er een winstuitdeling heeft plaatsgevonden aan de dga. Hij berekent de winstuitdeling op € 1.677.142, waarvan de helft moet worden toegerekend aan de vrouw van de dga. Zij stelt dat er geen sprake is van een winstuitdeling. Hoe loopt dit af?

Hof Amsterdam beoordeelt eerst bij wie de bewijslast ligt: de inspecteur of de vrouw. Het hof gaat niet mee in de stelling van de inspecteur dat er sprake is van omkering van de bewijslast, omdat de vrouw niet de vereiste aangifte zou hebben gedaan. Het hof stelt echter vast dat de rechtbank al heeft geoordeeld dat zij ten aanzien van de bewijslast een pleitbaar standpunt had en dat hiervan in hoger beroep moet worden uitgegaan (zie uitspraak Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2020:970). Vervolgens stelt het hof vast dat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat de bv de rekening-courantvordering heeft prijsgegeven. Hiervoor is onvoldoende dat:

  • de lening niet is terugbetaald;
  • een administratie vanaf 2010 ontbreekt;
  • de dga de rekening-courantschuld niet bij de curator heeft gemeld.

Dit oordeel geldt ook voor de stelling van de inspecteur dat in 2013 de aangegroeide rente op de rekening-courant een winstuitdeling zou zijn. De aanslag is ten onrechte aan de vrouw opgelegd.

Commentaar

Stelt een inspecteur dat er sprake is van een winstuitdeling? Dan moet hij/zij aan de hand van feiten en omstandigheden aannemelijk maken dat:

  • het gestelde bedrag definitief aan het vermogen van de bv is onttrokken;
  • die onttrekking kon plaatsvinden uit winst of winstreserves of in het vooruitzicht van te maken winst;
  • er sprake is van een bevoordelingsbedoeling van de dga als zodanig, én
  • dat de dga en de bv zich daarvan bewust waren.

Wie stelt, die bewijst dus. Gezien het bovenstaande zal het voor een inspecteur niet eenvoudig zijn om aan deze bewijslast te voldoen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.