Fiscaal

Pro-rata-hypotheekrenteaftrek naar arbeidsinkomen in Nederland

gepubliceerd op: 16 februari 2017

Een in Spanje woonachtige Nederlandse DGA heeft een BV in Nederland. Zijn wereldinkomen genereert hij voor 60% uit de Nederlandse BV en voor 40% uit een Zwitserse vennootschap. De DGA heeft geen inkomen in Spanje. Hij brengt de negatieve inkomsten uit zijn Spaanse eigen woning in Nederland in aftrek. Nederland moet die aftrek als werklidstaat voor 60% verlenen, oordeelt het EU-Hof van Justitie naar aanleiding van prejudiciële vragen van de Hoge Raad. Dit is namelijk het aandeel van het Nederlandse arbeidsinkomen in zijn wereldinkomen.

Dit is een opmerkelijke uitspraak omdat niet-ingezetenen van Nederland tot nu toe alleen persoonlijke aftrekposten konden claimen in Nederland als zij 90% of meer van het gezinsinkomen in Nederland verdienden. Dit standpunt is gebaseerd op het zogenoemde ‘Schumacker-arrest’. Het EU-Hof acht het echter niet van belang hoeveel inkomen in de werklidstaat wordt verdiend, maar of er 90% of meer buiten de woonlidstaat (in casu Spanje) wordt verdiend. Onder werklidstaat verstaat het EU-Hof elke lidstaat die heffingsbevoegd is over een deel van het arbeidsinkomen.

Het EU-hof acht het voor het claimen van de persoonlijke aftrekpost ook niet van belang of de belastingplichtige een deel van zijn inkomen in een niet lidstaat/ derde land (in casu Zwitserland) verdient. De kans is nu aanwezig dat Nederland artikel 7.8, lid 8 Wet IB 2001 zal aanpassen.

Tip
Heeft u cliënten in een vergelijkbare situatie van wie de IB-aanslag nog niet onherroepelijk vaststaat? In dat geval kunt u zich op deze uitspraak van het EU-Hof beroepen om de aftrekpost in Nederland veilig te stellen voor uw cliënt.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.