Rechtsherstel box 3 opnieuw ontoereikend
Een man heeft op 1 januari 2018 een box-3-vermogen dat vrijwel geheel bestaat uit banktegoeden. De inspecteur verleent hem in de beroepsfase ambtshalve vermindering op grond van het Besluit rechtsherstel box 3. De man vindt dit forfaitaire rechtsherstel niet ver genoeg gaan, omdat zijn werkelijke rendement lager is. Terecht, oordeelt Hof Den Haag. Het werkelijk behaalde rendement is lager dan het forfaitaire rendement. Daarbij kunnen eventueel niet-gerealiseerde valuta- en koersresultaten buiten beschouwing blijven. De box-3-heffing moet verder worden verminderd. De verlaagde box-3-heffing is voor de man geen individuele en buitensporige last.
Commentaar
Het aantal uitspraken over de ontoereikendheid van het rechtsherstel loopt al aardig op. Ook zijn er steeds meer zaken, waarin wordt geoordeeld dat de niet-gerealiseerde valuta en koersresultaten niet meetellen voor het werkelijke rendement (zie onder meer Hof Arnhem-Leeuwarden). Daarmee neemt mogelijk ook de druk toe op de Hoge Raad om in gelijke zin te oordelen in nog lopende cassatiezaken over box 3 en het geboden rechtsherstel.
Geen individuele en buitensporige last
Voor een verdere verlaging van de box-3-heffing vanwege een individuele en buitensporige last is volgens het hof geen plaats. Daarvoor moet de gehele financiële situatie van de man in aanmerking genomen worden. Die situatie geeft geen aanleiding voor een verdere vermindering.