Fiscaal

Restschuld kwalificeert niet voor de restschuldregeling – geen renteaftrek

gepubliceerd op: 03 september 2020

Een huiseigenaar verkoopt in 2010 zijn woning met verlies, waardoor een restschuld ontstaat. Hij trekt de rente over deze restschuld af in zijn IB-aangiften over 2014 en 2015. De inspecteur heeft de aftrek terecht geweigerd, oordeelt Hof Den Bosch. Hij maakt namelijk aannemelijk dat de huiseigenaar nooit in de woning heeft gewoond. De woning kan daarom nooit een ‘eigen woning’ in de zin van artikel 3.111 Wet IB 2001 zijn geweest. Bovendien voldoet de huiseigenaar niet aan de voorwaarde dat de woning moet zijn verkocht in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017.

De restschuldregeling maakte het mogelijk dat huiseigenaren die hun woning verkochten voor minder dan hun hypothecaire lening (en dus een restschuld hadden), de rente over die restschuld nog gedurende maximaal 15 jaar konden aftrekken van hun box-1-inkomen. De restschuld is echter geen eigenwoningschuld in box 1 waarvan de rente aftrekbaar is, maar een schuld in box 3 waarvan de rente níet aftrekbaar is. De restschuldregeling maakte dat dus – onder voorwaarden – toch mogelijk. De restschuld hoefde niet te worden afgelost. Na de periode van 15 jaar renteaftrek verhuist de schuld alsnog naar box 3.

De restschuldregeling gold alleen voor restschulden die zijn ontstaan in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 en werd daarna niet verlengd. Voor restschulden die uiterlijk zijn ontstaan op 31 december 2017 eindigt de renteaftrek uiterlijk op 1 januari 2033. Restschulden die vóór 29 oktober 2012 of op of na 1 januari 2018 zijn ontstaan, zijn schulden in box 3 waarvan de rente niet aftrekbaar is.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.