Schoolvakanties tellen mee voor IACK
Een man en zijn ex-echtgenote voeden hun beide dochters op in co-ouderschap. Zij hebben daarover afspraken gemaakt, waarbij de verdeling van de verblijfsduur bij de een en bij de ander tijdens de schoolvakanties afwijkt van het ritme dat in de rest van het jaar wordt gevolgd. De man claimt in zijn aangifte IB 2019 de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). De inspecteur weigert de korting, omdat de dochters niet voldoende duurzaam bij hem zouden verblijven door de onderbreking van het ritme tijdens de schoolvakanties. Rechtbank Den Haag oordeelt dat het verblijf tijdens de schoolvakanties meetelt bij de toets of wordt voldaan aan de duurzaamheidseis.
Het belangrijkste criterium waaraan bij co-ouderschap moet worden voldaan om voor de IACK in aanmerking te komen, is of de zorg voor de kinderen duurzaam gelijkelijk is verdeeld tussen de ouders. De Hoge Raad heeft in 2020 geoordeeld dat daarvan ook sprake kan zijn als het duurzame ritme afwijkt van het criterium ‘doorgaans ten minste 3 of 3,5 dag per week’. Volgens de rechtbank kan aan dit vereiste van duurzaamheid ook zijn voldaan als tijdens de schoolvakanties de zorg volgens een ander ritme (min of meer) gelijkelijk is verdeeld tussen de ouders. De verblijfsduur tijdens de schoolvakanties telt daarom mee bij de beoordeling of aan het duurzaamheidsvereiste wordt voldaan. De man toont met een urenoverzicht aan dat zijn jongste dochter in 2019 gedurende 3.748 uren bij hem verbleef. Dit komt neer op gemiddeld 3 dagen per week. Daarmee behoort het kind in 2019 tot het huishouden van beide ouders en heeft de man recht op de IACK.