Fiscaal

Schulden door staking juwelierszaak ex-partner leiden niet tot IB-verlies of negatief row

gepubliceerd op: 01 februari 2024

Een vrouw begint in 2009 een juwelierszaak, die zij in 2010 alweer staakt na een overval. In 2012 volgt een echtscheiding, waarbij in het echtscheidingsconvenant wordt opgenomen dat het winkelpand – tevens eigen woning –, de hypothecaire lening, de ondernemingsschulden en een eventuele verzekeringsaanspraak worden toebedeeld aan de ex-man. Een schuldeiser legt in 2012 executoriaal derdenbeslag, waarna het pand in 2016 wordt verkocht. De ex-man houdt daar een restschuld van € 88.651 aan over en belandt in de schuldsanering. Hij meent dat hij in 2016 en 2017 een aftrekbaar verlies uit onderneming heeft dan wel een negatief resultaat uit overige werkzaamheden.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt vast dat alleen de ex-vrouw van de man ondernemer was. Daardoor kan de ex-man geen verlies uit onderneming of negatief resultaat uit overige werkzaamheden in aanmerking nemen. Dat de schulden (en de verzekeringsaanspraak) eventueel tot het ondernemingsvermogen van de ex-vrouw zouden zijn blijven behoren na de staking van haar onderneming, maakt niet dat deze ook bij de ex-man als (verplicht) ondernemingsvermogen worden aangemerkt noch dat hij daardoor de resultaten daaruit als verlies of negatief resultaat in aanmerking kan nemen. Bij de boedelverdeling is geen onderneming overgedragen, maar een vordering en een schuld. Daarmee zijn deze verplichtingen overgegaan van de ondernemingssfeer naar de privésfeer.

 

Renteaftrek restschuld
De restschuld is medio 2016 overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder. Tot medio 2021 is de restschuld blijven bestaan en is er niets op afgelost. Wel heeft de gerechtsdeurwaarder jaarlijks wettelijke rente bijgeschreven. Ook die rente heeft de ex-man niet betaald. In 2021 heeft een minnelijke schuldsanering plaatsgevonden. De rechtbank concludeert uit deze feiten dat de ex-man niet in staat is geweest en ook niet in staat zal zijn om de restschuld en de daarop verschuldigde rente alsnog te betalen. De man kan daarom in 2017 geen rente in aftrek brengen. De rechtbank verwijst hierbij naar het oordeel van de Hoge Raad; als schuldig gebleven rente rentedragend wordt, is die rente al aftrekbaar op het tijdstip van rentedragend worden. Daarbij moet de waarde van de aftrekbare rente worden gesteld op de waarde in het economisch verkeer van de ontstane restschuld. Die waarde kan worden bepaald door de kans te schatten dat de rente alsnog zal worden betaald. Die kans is in dit geval nihil.

 

 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.