Schuren geen aanhorigheden van woning – normaal OVB-tarief
Twee kopers kopen ieder de onverdeelde helft van een woning met erf, grond en verdere toebehoren. Zij betalen 2% overdrachtsbelasting over de gehele verkrijging. Tot de onroerende zaak behoren ook een aangebouwde schuur en een bijschuur inclusief ondergrond, met een voorheen agrarische bestemming. De inspecteur meent dat deze schuren met ondergrond geen aanhorigheden bij de woning zijn. Op dit deel van de verkrijgingsprijs is het normale OVB-tarief van toepassing. Rechtbank Noord-Nederland is het met hem eens. De schuren zijn voor een agrarische bestemming gebouwd en gebruikt en nooit verbouwd. Daarom kunnen zij geen aanhorigheden van een woning zijn.
Volgens de rechtbank is verder ook van belang dat:
- de kopers feitelijk niets doen met de schuren vanwege de slechte conditie;
- de aangebouwde schuur dusdanig groot is dat het moeilijk voorstelbaar is om deze als ondergeschikt aan de woning te merken;
- het niet gebruiken van de schuren voor hun oorspronkelijke doeleinden de schuren nog geen aanhorigheden van de woning maken.
Nihilwaardering
Voor de grondslag van de OVB zouden de schuren, volgens de kopers, op nihil moeten worden gewaardeerd vanwege de aanwezigheid van asbest. De rechtbank acht dit niet aannemelijk, omdat de inspecteur in de overgelegde taxatie rekening heeft gehouden met het asbest. Bovendien wordt de OVB berekend over de waarde in het economisch verkeer, die ten minste gelijk is aan de koopprijs. De inspecteur heeft daarom terecht een naheffingsaanslag opgelegd voor het verschil tussen het lage en het normale tarief.