Fiscaal

Tbs-regeling terecht toegepast bij verhuur pand via bv kinderen

gepubliceerd op: 28 augustus 2025

Een echtpaar houdt middellijk alle aandelen in een holding-bv, die alle aandelen houdt in een dochter-bv. Deze dochter-bv is eigenaar van een pand, dat zij verhuurt aan de holding-bv. Het pand wordt verhuurd aan derden voor feesten en evenementen. In 2007 vindt een herstructurering plaats, waarbij de kinderen van het echtpaar via een STAK middellijk houder worden van de aandelen in de dochter-bv. Het echtpaar is bestuurder van deze STAK. Bij de herstructurering wordt het pand overgedragen aan het echtpaar in privé. Vervolgens wordt het pand verhuurd aan de dochter-bv, die het blijft verhuren aan derden en (deels) aan de holding-bv. Het echtpaar meent hierdoor te ontkomen aan de tbs-regeling.

De inspecteur stelt na een boekenonderzoek dat op de huurinkomsten ter zake van het pand de terbeschikkingstellingregeling (tbs-regeling) van toepassing is en legt navorderingsaanslagen IB op over 2013 tot en met 2015.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het echtpaar het pand feitelijk ter beschikking stelt aan de holding-bv. Aan het tussenschuiven van de dochter-bv komt geen of weinig reële praktische en economische betekenis toe, ook al heeft het echtpaar huurovereenkomsten gesloten met deze bv. De dochter-bv is niet meer dan een intermediair. De volgende feiten en omstandigheden acht het hof hiervoor van belang:

  • Het echtpaar is eigenaar van het pand, houdt middellijk alle aandelen in de holding-bv en heeft – als bestuurders van de STAK – zeggenschap over de dochter-bv, de huurder van het pand.
  • De dochter-bv heeft geen personeel in dienst en huurt voor al haar werkzaamheden personeel in van de holding-bv.
  • De holding-bv heeft het recht om voor de dochter-bv de catering te verzorgen tegen een bepaald percentage van de door de dochter-bv gerealiseerde omzet uit de catering en de verhuur aan derden.
  • De dochter-bv kan catering door derden alleen laten plaatsvinden met toestemming van de holding-bv en tegen betaling van een vergoeding aan de holding-bv.
  • Vanaf de herstructurering in 2007 heeft de dochter-bv – op 1 jaar na – structureel verlies geleden.
  • De persoonlijke holding-bv van het echtpaar heeft een instandhoudingsverklaring afgegeven, waarin is bepaald dat de financiële ondersteuning van de dochter-bv na de herstructurering zal worden voortgezet.
  • Volgens de verklaring van de echtgenote verschilt de situatie in de jaren 2013 tot en met 2015 nauwelijks van de situatie vóór de herstructurering in 2007, toen de dochter-bv – met daarin het pand – nog via de holding-bv werd geëxploiteerd.
Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.